Oude Kerk afgebroken?

De Oude Kerk in Delft wordt nu liefkozend de “Scheve Jan” genoemd. In de negentiende eeuw zag het stadsbestuur die scheefstand juist als een probleem. Onderhoud kostte veel geld en eigenlijk stond de toren in de weg om een goede doorvaart in de stad te garanderen. Afbreken zou een win-win situatie opleveren. Tenminste, als de burgers van Delft het daar ook mee eens waren… In een relatief vroeg burgerprotest wisten zij de afbraak te voorkomen, niemand mocht aan hun Scheve Jan komen!

Militairen als motor

De mobilisatie in 1939 zorgde niet alleen voor veel onrust en angst in Delft, maar ook voor blije gezichten. De winkeliers hadden het al jarenlang moeilijk door de economische crisis. Eerder al was het garnizoen uit Delft vertrokken en waren de militaire werkplaatsen uit de stad verdwenen. Nu kreeg de middenstand opeens honderden extra mannen in de schoot geworpen, die als economische motor voor de stad fungeerden. Militairen als economische motor in Delft op Zondag.

Blij met spoorwegviaduct

Het nieuwe station van Delft is met veel tromgeroffel geopend. Eindelijk kan dat afschuwelijke spoorwegviaduct dat dwars door de stad loopt afgebroken worden. Precies 50 jaar geleden werd datzelfde spoorwegviaduct echter als hypermoderne oplossing voor de ontstane verkeerschaos geopend. Niets zo veranderlijk als geschiedenis.

Sterke dames

Delft was in de negentiende eeuw een mannenbolwerk: militaire werkplaatsen, een garnizoen soldaten, technische studenten en steeds meer fabrieksarbeiders. Toch is de sociale geschiedenis van de stad niet te schrijven zonder een aantal zeer sterke dames te noemen.

Barakken in Duyvelsgat

De eerste studentenhuisvesting van Nederland stond in Delft voor studenten van de Technische Hogeschool. De barakken die hier in 1949 verrezen, werden door de ingenieurs in spe zelf in elkaar gezet. De lang verwachte woningen stonden op een stuk grond genaamd het Duyvelsgat. Tegenwoordig van de Delftse kaart gehaald, toen liefkozend als naam voor de studentenhuisvesting gebruikt. De woningnood was immers hoog, studenten woonden maar wat graag in zo’n duivelse barak.

Uitzonderlijk saai

Een reiziger beschreef Delft in 1789 als “een uitzonderlijk saaie” stad. Niet echt een aanmoediging om daar nu eens dieper in te duiken. De werkelijkheid bleek gelukkig een stuk spannender. Juist in deze jaren maakte Delft de ene na de andere revolutie mee. Patriotten wilden meer inspraak, orangisten wilden de familie Van Oranje aan de macht houden. De strijd tussen patriotten en orangisten was hier zodanig fel dat voor- en tegenstanders elkaar regelmatig de maat namen. De blog in Delft op Zondag gaat over machtswisselingen en plunderingen, wat nou saai?

Normen en waarden

Burgemeester Van Baren wond er in de jaren ’20 en ’30 geen doekjes om. Er werd te veel gedronken in Delft, en hij vond het ook maar niets dat er geen dansbepalingen voor de stad waren. Met al die nieuwe “seksueel getinte paardansen” zou het snel uit de hand kunnen lopen. In de gemeenteraad maakte hij zich hard voor nieuwe wetten: minder drankvergunningen, strengere dansbepalingen en – als het even kon – geen activiteiten meer die de zondagsrust konden verstoren. Delft wees voortaan moreel de weg. In Delft op Zondag (oei!) een blog over deze strikte zedenprediker.

Delfts monopolie

De Indonesische Archipel sprak in de negentiende eeuw schande over het monopolie dat Delft bezat op de Indische ambtenarenopleiding, een onderdeel van de Koninklijke Akademie. De Akademie stond niet al te best bekend en toch moesten jongemannen die carrière wilden maken in Nederlands-Indie allemaal in Delft naar school. Ook als ze al op Java of Sumatra woonden. Delft raakte het monopolie kwijt, maar revancheerde zich. De stad richtte in 1864 een nieuwe Indische Instelling op, beter en succesvoller dan de Akademie. Toen de studentenstroom echter opdroogde, trok de gemeente de stekker uit de Indische Instelling. Weer sprak men er schande van, nu over het staken van de opleiding. Lees hierover in Delft op Zondag.

Ruzie om vluchtelingen

Honderden Belgische vluchtelingen kwamen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 in Delft aan. De Delftenaren werkten samen om hen onderdak te verlenen. De ellende van de Belgen verbroederde. Dat veranderde toen zij voor het merendeel weer naar Antwerpen terugkeerden, maar voor een klein deel in de stad bleven. De burgemeester wilde hen doorsturen naar vluchtelingenkampen, het hulpcomité wilde hen in Delft houden. In Delft op Zondag is te lezen hoe de Delftenaren deze ruzie wisten op te lossen.

Vechtende studenten

Met de democratisering van het onderwijs rond 1900 duiken er soms onverwachte problemen op. De komst van vele nieuwe studenten naar de Polytechnische School zorgt voor de opkomst van een tweede studentenvereniging. Dat valt bij de leden van de eerste – en lange tijd de enige – vereniging niet altijd in even goede aarde. Het Delfts Studenten Corps en de Delftse Studenten Bond vechten die strijd soms zelfs in de collegebanken uit. In de Delft op Zondag het verslag.